Wat moet u weten vóór u deze FAQ leest?
De informatie in dit document wordt uitsluitend ter informatie verstrekt. Ze vormt in geen geval fiscaal, juridisch of financieel advies, noch een gepersonaliseerde aanbeveling. Elke beslissing dient te worden genomen met inachtneming van uw persoonlijke, financiële en fiscale situatie, die kan variëren afhankelijk van talrijke individuele parameters.
Voordat u enige actie onderneemt of een beslissing neemt op basis van deze informatie, wordt aanbevolen een erkend fiscaal adviseur, juridisch adviseur of verzekeringsmakelaar te raadplegen om advies te krijgen dat is afgestemd op uw specifieke situatie.
De informatie in deze FAQ is gebaseerd op de wetgeving die van kracht is op de publicatiedatum en kan nadien worden gewijzigd.
Datum van laatste update: 28 mei 2026
Inhouding aan de bron en berekening van de belasting
Indien u vanaf 1 januari 2026 een verrichting uitvoert die een meerwaarde realiseert op een financieel actief (bijvoorbeeld een afkoop van uw tak‑21‑ of tak‑23‑contract, het bereiken van de vervaldag van uw contract of een overdracht van reserves tussen twee bestaande contracten), is een belasting van 10 % verschuldigd op de meerwaarde. De meerwaardebelasting is daarentegen niet verschuldigd wanneer de uitbetaling reeds onderworpen is aan roerende voorheffing, noch op uw pensioenspaarcontracten, langetermijnsparen en tak‑26‑contracten. Overdrachten tussen verzekeringsfondsen binnen uw tak‑23‑contract (“arbitrage”) vallen evenmin onder de meerwaardebelasting. Er is geen meerwaardebelasting in geval van overlijden. De verzekeraar past deze inhouding rechtstreeks toe bij de uitbetaling van het bedrag dat wordt betaald, behalve bij opt-out of tijdens de overgangsperiode van de wet, namelijk van 1 januari tot en met 31 augustus 2026. Tijdens deze periode dient u zelf de meerwaarde spontaan aan te geven in uw aangifte in de personenbelasting. Meer details over de tijdslijn zijn opgenomen bij de vraag “Wat is de tijdslijn van de meerwaardebelasting en welke opties staan mij ter beschikking (Opt-In / Opt-Out)?”
De belastbare basis stemt overeen met de gerealiseerde meerwaarde, d.w.z. het verschil tussen het bedrag dat u effectief ontvangt en het totaal van de door u betaalde premies.
Eventuele meerwaarden opgebouwd vóór 31 december 2025 zijn niet belastbaar.
Indien uw contract werd afgesloten vóór 1 januari 2026, wordt de waarde per 31 december 2025 in aanmerking genomen voor de berekening van de meerwaarde.
Indien u vaststelt dat het totaal van de vóór deze datum betaalde premies hoger is dan de reserve per 31 december 2025 (wat tot gevolg zou hebben dat de belastbare meerwaarde lager uitvalt), kunt u hier alsnog rekening mee houden via uw belastingsaangifte.
Bij de afkoopverrichting of de liquidatie van uw contract :
- ontvangt u op het moment van de verrichting een kwijting die de belastbare basis et het netto-uitgekeerde bedrag vermeldt
- ontvangt u in de loop van het 1ste semester van het jaar volgend op de verrichting, afhankelijk van de gekozen optie (opt-in / opt-out) een fiscale fiche of een attest.
In geval van overlijden is er geen belasting op de gerealiseerde meerwaarde.
U geniet van een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 EUR, die kan oplopen tot 15.000 EUR na vijf jaar (dit bedrag zal worden geïndexeerd vanaf 2029), indien u gedurende deze periode geen enkele vrijstelling heeft benut.
De vrijstelling kan niet door uw verzekeraar worden toegepast; u dient deze zelf te claimen in uw belastingsaangifte.
Enkel meerwaarden gerealiseerd na 31 december 2025 worden in aanmerking genomen.
Ter herinnering: groepsverzekeringen, IPT-contracten, VAPZ-contracten, pensioenspaarcontracten, langetermijnspaarcontracten en contracten van tak 26 vallen buiten het toepassingsgebied van de wet. De belasting op de meerwaarden is eveneens niet verschuldigd als de betaling al onderworpen is aan de roerende voorheffing.
Voor de jaarlijkse vrijstelling worden eerst de 10.000 EUR opgebruikt, vervolgens de oudste overgedragen bedragen van 1.000 EUR. Deze overdracht kan slechts plaatsvinden over een periode van maximaal vijf jaar.
Voorbeeld over vijf jaar:
- Jaar 1: Meerwaarde van 200 EUR
- 200 EUR vrijgesteld op het basisbedrag van 10.000 EUR
- Overdracht 1 : 800 EUR (= 1.000 EUR – 200 EUR)
- Jaar 2: Meerwaarde van 9.000 EUR
- Op dit bedrag is 800 EUR geneutraliseerd dankzij de overdracht van jaar 1
- De resterende 8.200 EUR worden afgetrokken van de basisvrijstelling van 10.000 EUR
- Vermits de 1ste schijf van 1.000 EUR van de vrijstelling van 10.000 EUR werd opgebruikt, is er geen overdracht
- Jaar 3: Meerwaarde van 500 EUR
- 500 EUR vrijgesteld dankzij de basisvrijstelling van 10.000 EUR
- Vermits er 500 EUR van de 1ste schijf van 1.000 EUR werd opgebruikt, is er een overdracht van 500 EUR naar jaar 4.
- Jaar 4: Geen meerwaarde
- De overdracht van 500 EUR van jaar 3 blijft intact
- Overdracht van de schijf van 1.000 EUR naar jaar 5
- Jaar 5: Meerwaarde van 300 EUR
- De overdracht van jaar 4 wordt gebruikt voor een bedrag van 300 EUR
- De overdracht van jaar 4 wordt verminderd tot 200 EUR
- Vermits de 1ste schijf van 1.000 EUR van de vrijstelling van 10.000 EUR van jaar 5 niet werd gebruikt, wordt er een vrijstelling van 1.000 EUR overgedragen naar jaar 6
- Jaar 6: meerwaarde van 12.000 EUR
- Neutralisering van de overgedragen vrijstelling van 1.000 EUR van jaar 5
- Op de 11.000 EUR resterende meerwaarde worden 10.000 EUR vrijgesteld (basisvrijstelling).
- Slechts 1.000 EUR zal onderworpen zijn aan de meerwaarde.
Het mechanisme van meerwaarden en minderwaarden werkt als volgt:
- De meerwaarde stemt overeen met het positieve verschil tussen de afkoopwaarde en het totaal van de gestorte premies; enkel de meerwaarde gerealiseerd na 1 januari 2026 is belastbaar. Voor de bepaling van de meerwaarde is de verzekeraar evenwel gehouden enkel rekening te houden met de reserve per 31 december 2025. U dient zelf aan te tonen tegenover de fiscus dat de betaalde premies hoger zijn dan dit bedrag.
- De historische meerwaarde (vóór 31 december 2025) wordt nooit belast.
- Minderwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 kunnen in hetzelfde jaar worden afgetrokken van meerwaarden van dezelfde aard, maar kunnen niet worden overgedragen naar volgende jaren. De verrekening van minderwaarden dient te gebeuren via de fiscale aangifte.
Opt-In / Opt-Out – Tijdslijn
De wet dateert van 6 april 2026 en werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 21 april 2026. Zij treedt in werking met retroactieve werking vanaf 1 januari 2026.
Om de operationele invoering van de nieuwe maatregel mogelijk te maken, voorziet de wet voor de verzekeringsondernemingen in een overgangsperiode vóór de toepassing van het definitieve regime.
- Algemeen principe tijdens de overgangsperiode
Van 1 januari tot en met 31 augustus 2026 geldt standaard het opt-out-regime: er wordt geen inhouding aan de bron toegepast en de meerwaarde wordt aangegeven via de fiscale aangifte.
Het opt-in-regime (inhouding aan de bron) wordt enkel toegepast indien u dit uitdrukkelijk aanvraagt bij Athora Belgium. Kiest u voor deze optie tijdens de overgangsperiode, dan zijn er 2 situaties mogelijk afhankelijk van het moment waarop de verrichting gebeurt.
- Opsplitsing van de overgangsperiode
- Periode 1: van 1 januari tot en met 31 mei 2026
De inhouding aan de bron (opt-in) is wettelijk nog niet mogelijk. Alle verrichtingen worden dus in opt-out uitgevoerd.
Wilt u toch genieten van opt-in voor een prestatie betaald in die periode, dan kunt u retroactief een opt-in aanvragen tot en met 31 augustus 2026. Werd de prestatie al uitbetaald, dan moet u het bedrag van de inhouding aan de bron aan Athora Belgium terugstorten. - Periode 2: van 1 juni tot en met 31 augustus 2026
De opt-in is technisch mogelijk. Het standaardregime blijft opt-out, maar als u voor opt-in kiest, zal Athora Belgium onmiddellijk de meerwaarde aan de bron inhouden op het moment van de uitbetaling van de prestatie.
- Periode 1: van 1 januari tot en met 31 mei 2026
- Definitief regime vanaf 1 september 2026
Opt-in wordt het standaardregime. Opt-out blijft mogelijk, maar enkel op uitdrukkelijke en ondertekende instructie.
Neen. Een belangrijk principe is dat u binnen eenzelfde contract en binnen eenzelfde fiscaal jaar niet kunt wisselen tussen opt-in en opt-out of andersom.
Zodra een fiscale keuze werd gemaakt voor een contract, is deze van toepassing op alle afkoop- of liquidatieverrichtingen binnen datzelfde jaar. U kunt dus niet tijdens eenzelfde fiscaal jaar voor één en hetzelfde contract bepaalde afkopen in opt-in doen en andere in opt-out.
Hebt u meerdere contracten, dan kan uw keuze verschillen per contract.
Athora Belgium zal dit principe eveneens toepassen op afkopen bij contracten met twee verzekeringnemers: ook daar moet u éénzelfde fiscale keuze maken voor alle rechthebbenden voor het volledige fiscale jaar.
Plant u afkoopverrichtingen tijdens dat jaar, dan nodigen wij u uit om na te gaan dat uw instructie overeenstemt met uw fiscale en vermogenssituatie.
De documenten die u ontvangt verschillen naargelang van de gekozen optie.
Bij opt-out:
- ontvangt u op het moment van de verrichting een kwijting die de belastbare basis en het netto-gestorte bedrag vermeldt.
- ontvangt u tijdens het 1ste semester volgend op de verrichting een fiscale fiche met o.a. het bedrag van de meerwaardebelasting die u in uw belastingsaangifte moet aangeven.
- Athora is verplicht om deze fiscale fiche aan de fiscale administratie over te maken.
Belangrijk: tijdens de overgangsperiode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 is de verzekeraar niet verplicht om een fiscale fiche op te stellen en aan de fiscale administratie te bezorgen.
De minwaarden worden niet opgenomen in een fiscale fiche. Athora Belgium zal u bijkomend attest hiervan bezorgen.
Bij opt-in:
- ontvangt u op het moment van de verrichting een kwijting die de belastbare basis en het netto-gestorte bedrag vermeldt
- ontvangt u tijdens het 1ste semester volgend op de verrichting een attest dat o.a. het bedrag van de gerealiseerde meerwaarde vermeldt. Dit attest wordt niet verstuurd naar de fiscale administratie en u bepaalt zelf of u de meerwaarden aangeeft in uw belastingsaangifte (bijvoorbeeld om van de eventuele vrijstelling te genieten).
Schenking en nalatenschap
Bij een schenking van een levensverzekeringscontract wordt geen meerwaarde gerealiseerd aangezien er geen afkoop plaatsvindt. Bijgevolg is er op het moment van de schenking geen meerwaardebelasting verschuldigd.
Indien er na de schenking een afkoop of liquidatie plaatsvindt, kan de belasting op dat moment wel van toepassing zijn, volgens de geldende fiscale regels.
Bij uitkering naar aanleiding van een overlijden is geen meerwaardebelasting verschuldigd.
Wanneer activa in onverdeeldheid worden aangehouden (contract met 2 verzekeringnemers), dan wordt de belasting proportioneel toegepast. Elke medeverzekeringnemer wordt belast op zijn of haar aandeel in de meerwaarde bij een afkoop.
Arbitrage en overdrachten
Aangezien een afkoop op een tak‑21‑contract tijdens de eerste acht jaar onderworpen is aan roerende voorheffing en deze roerende voorheffing de toepassing van de meerwaardebelasting uitsluit, zijn de gerealiseerde meerwaarden in dat geval niet onderworpen aan de meerwaardebelasting.
Uitzondering: dit is niet het geval als de roerende voorheffing tijdens de eerste acht jaar werd vermeden door middel van een overlijdensdekking van 130 % van de betaalde premies. In dat geval is, bij ontstentenis van roerende voorheffing, de meerwaardebelasting wel verschuldigd.
Er is geen belasting verschuldigd bij overdrachten tussen fondsen binnen eenzelfde contract. Zolang er geen effectieve uitstroom van kapitaal plaatsvindt, bijvoorbeeld via een afkoop of liquidatie, bent u geen meerwaardebelasting verschuldigd.
Indien er een overdracht plaatsvindt tussen verschillende contracten en er dus sprake is van een effectieve kapitaaluitstroom, is de meerwaardebelasting wel verschuldigd.
Niet-inwoner en belegging in het buitenland
Indien u al meer dan 2 jaar geen Belgisch fiscaal inwoner bent, bent u niet onderworpen aan de Belgische belasting op roerende meerwaarden, zelfs indien de beleggingen worden aangehouden via een Belgische financiële tussenpersoon.
Indien u Belgisch fiscaal inwoner bent en u realiseert meerwaarden op een belegging in het buitenland (bijvoorbeeld bij de afkoop van een Luxemburgse levensverzekering), bent u onderworpen aan de Belgische belasting op roerende meerwaarden.
De fiscale woonplaats is bepalend voor de belastingheffing, niet het beleggingsproduct.
Exit taks: in geval van emigratie wordt eveneens een taks toegepast als een Belgisch fiscaal inwoner zijn domicilie naar het buitenland verplaatst. Deze taks wordt toegepast op de latente meerwaarde (behalve indien de financiële activa niet verkocht worden binnen de 2 jaar na vertrek of als de fiscale residentie terug naar België wordt verplaats binnen de 2 jaar na vertrek).
Hebt u aanvullende vragen?
Neem contact op met uw makelaar. Hebt u geen makelaar, dan vindt u hier de lijst van de makelaars die met Athora werken.